Kleine groepen in de Fonteinkerk

Hoofdlijnen van het kerkenraadsbeleid ten aanzien van kleine groepen

 

Een nadere uitwerking op een aantal onderdelen

 

Kopgroep

Onder een kopgroep wordt verstaan: een groepje gemeenteleden die zich inzetten voor het opstarten van kleine groepen in hun wijk. In wijk 2 hebben als kopgroep gefungeerd: Nelleke Niemeijer, Carolien Schouten en Ton Sies (wijkdiaken). Hun taak was met het daadwerkelijk opstarten van de kleine groepen min of meer afgerond. In wijk 1 is er onder leiding van o.a. Wout Peters een ‘kopgroep’ bezig. In wijk 3 bestaat er een kopgroep die aangestuurd wordt door Bob Nanninga en Johan Arkema.

In wijk 4 zijn er voor zover bekend nog geen concrete plannen.

In de kopgroep-fase kunnen Ton Sies, Nelleke Niemeijer en Carolien Schouten te hulp geroepen worden voor ondersteuning.

De kopgroep heeft als belangrijkste taken:

·       samen de visie op het kleine groepen werk eigen maken en de mogelijkheden en moeiten in de eigen concrete wijk in beeld brengen

·       met heel de wijk communiceren over de functie van de kleine groepen (het is belangrijk dat het daadwerkelijke besluit om in de wijk te gaan werken met kleine groepen genomen wordt tijdens een bijeenkomst voor de hele wijk)

·       leiders zoeken

·       de groepen indelen

Het is van belang dat voor deze opstartfase in elke wijk voldoende tijd wordt genomen (een half jaar tot een jaar). Het is van groot belang dat het proces waarin het komt tot kleine groepen zoveel mogelijk vanuit de wijken zelf opkomt en gebeurt. De kerkenraad/CBZ zal hierin vooral beleidsmatig en faciliterend hulp bieden. Het eigenlijke werk gebeurt op het grondvlak van de gemeente!

 

Taakgroep ‘Kleine Groepen in de Gemeente’

Het is voor het implementeren van het kleine groepen werk en voor de organisatie daarvan in de gemeente op de langere termijn noodzakelijk dat er een Taakgroep ‘Kleine Groepen in de Gemeente’ komt (kan ook een andere naam hebben). Deze taakgroep is verantwoordelijk voor:

·       het blijvend communiceren van de visie voor de kleine groepen in de gemeente

·       het organiseren van de coaching en van de toerustingsavonden

·       het administreren van wie in welk kleine groep zit en wie de leider is

·       het indelen van nieuwkomers in kleine groepen

·       het zoeken naar nieuwe kringleiders en coaches

Deze taakgroep die aangestuurd wordt door de CBZ zou bemensd moeten worden door:

·       een voortrekker: iemand die enthousiast en blijvend de visie van de kleine groepen kan uitdragen en communiceren

·       een coördinator voor coaching en toerusting: iemand die gericht bezig is met het organiseren van o.a. de toerustingsavonden en die voortdurend aandacht heeft voor het zoeken naar nieuwe leiders en coaches

·       een administrator: iemand die zorgvuldig bijhoudt wie in welke groep is ingedeeld, en de mutaties die plaats vinden

 

Coaching

De predikant kan de functie van ‘hoofd-coach’ vervullen voor de leiders van de kleine groepen, maar zal in zijn eentje niet in staat zijn adequate zorg en coaching te bieden aan alle groepsleiders als er eenmaal in de hele gemeente kleine groepen functioneren (waarschijnlijk meer dan 20!) Daarom zal er per wijk een ‘wijk-coach’ gevonden moeten worden. Dat kan een ambtsdrager uit de wijk zijn (waarbij de continuďteit echter een zwak punt vormt, vanwege het na drie jaren aftreden). Het kan een van de groepsleiders zijn. En het kan een andere persoon uit die wijk (of een andere wijk) zijn die gaven heeft om als coach te fungeren maar niet de mogelijkheid heeft om groepsleider te zijn. De leiders van de kleine groepen ontvangen hun primaire geestelijke en pastorale zorg van hun wijk-coach, terwijl de wijk-coaches op hun beurt geestelijk en pastoraal worden ondersteund door de hoofd-coach. Het is belangrijk om waar nodig en zinvol ook meer professionele toerusting en coaching in huis te halen.

 

Ambtsdragers en kleine groepen

Wanneer gemeenteleden hun primaire geestelijke, pastorale en diaconale zorg zoeken, geven en ontvangen in de kleine groep, valt te verwachten dat de taakinvulling van de wijkouderlingen en de wijkdiaken verschuift. Hoe dat precies zal zijn, is nog niet duidelijk. Dat zal gaande het proces vanzelf helderder worden. In elk geval blijven de wijkouderlingen eindverantwoordelijken voor de geestelijke bearbeiding (met name ook als er tucht zou moeten worden geoefend); een intensief contact en overleg met de leiders van de kleine groepen lijkt daarvoor heel zinvol te zijn. De diaken blijft ook eindverantwoordelijke voor het bieden van diaconale steun, speciaal als het gaat om een steunvraag die de mogelijkheden van de kleine groep overstijgt.

Het is zinvol om na te denken over het vormen van wijkteams waarin regelmatig overleg plaatsvindt tussen: wijkambtsdragers, coach, leiders van de kleine groepen.

 

Zeven valkuilen

In het boek van Bill Donahue & Russ Robinson worden zeven valkuilen genoemd voor het werken in kleine groepen in de kerk. Het is belangrijk om die valkuilen voortdurend voor ogen te hebben:

1.    Onduidelijke doelstellingen

2.    Bezig zijn zonder voortrekker

3.    Gebrekkige coaching

4.    Verwaarlozing van de doorlopende ontwikkeling van leiders

5.    Gesloten-groep-mentaliteit

6.    Smalle definitie van een kleine groep

7.    Geen oog voor integratie

In dit document wordt in ieder geval een poging gedaan om oog te hebben voor de valkuilen 1, 2, 3 en 4.

 

Tijdpad

·       Februari 2004: de kerkenraad stelt de hoofdlijnen van het beleid ten aanzien van de kleine groepen in de gemeente vast

·       Februari 2004: hoofdlijnen kerkenraadsbeleid t.a.v. kleine groepen worden gepresenteerd op een gemeentevergadering.

·       Juni 2004: de taakgroep ‘Kleine Groepen in de Gemeente’ is gevormd (onder de vlag van de CBZ)

·       September 2004: eerste gezamenlijke toerustingsavond voor alle (toekomstige) leiders van de kleine groepen in de kerk

·       December 2004: duidelijk is wie in welke wijk de ‘wijk-coach’ wordt

·       Mei 2005 in alle wijken functioneren kleine groepen

 

ds. Jos Douma

maart 2004